Ik werd langzaam wakker. Was het een knal die ik hoorde.

Ik bleef nog even liggen en luisterde. Ik hoorde helemaal niets het was muis stil.

Ik keek half slapend in het rond, het was vroeg in de ochtend of in het begin van de avond .

Er kwam namelijk een klein beetje licht door het gordijn.

Ik ging op de rand van het bed zitten met mijn hoofd tussen mijn handen.

Hoe kom ik hier? Ik begon langzaam goed wakker te worden maar hoe ik ook

dacht en dacht en dacht ik wist niets meer. Ik wist niet eens wie ik was.

Mijn hoofd was helemaal leeg dat is wel een rare gewaar wording.

Ik stond op en liep richting het raam. Schoof het gordijn een stukje open en

keek door het raam en zag dat ik op de eerste verdieping was van een gebouw.

De kamer keek uit op een parkeerplaats maar tot mijn verbazing was deze helemaal leeg.

Er liep ook niemand op straat. Het was schemerig en er was geen straat verlichting.

Langzaam keerde ik me om en keek de kamer in.

Tegen de muur stond een bed met een laken en een sprei zo’n gele sprei met

een gehaakt motief en twee kussens. Het bed was te smal voor twee personen er

stond een nachtkastje met alleen een lamp die naar mijn idee alles wat je maar

kan bedenken heeft mee gemaakt beschadigt en verkleurd.

Op de muren zat een faal behang met kleine bloemetjes en op de vloer lag niets,

ik liep op de planken. Tegen over het raam was een deur waar bijna geen lak meer op zat.

Ik zal me toch wel iets herinneren, maar er kwam niets in mijn geheugen .

Ik was met mijn kleren aan gaan slapen alleen mijn schoenen stonden naast het bed.

Langzaam ging op de rand van het bed zitten en trok mijn schoenen aan.

Nog een keer rond kijkend liep ik naar de deur.

De deur ging niet makkelijk open eerst dacht ik dat hij op slot zat maar uit eindelijk

kwam er langzaam beweging in met een hoop gekraak en gepiep ging hij moeizaam open.

Langzaam stap ik de gang in, de vloer kraakte en het was na genoeg donker in de gang.

Er kwam een beetje licht uit de rechter hoek, langzaam liep ik in die richting.

Het licht kwam van beneden uit het trapgat. De vloer kraakte bij iedere stap.

Het was maar een paar meter naar de trap en langzaam liep ik naar beneden in de

hoop dat er iemand was. Het was zo stil dat ik alleen mijn adem en de treden hoorde.

Beneden was een kleine hal met twee stoelen en 4 deuren die in de hal uit kwamen

en een deur naar buiten. Ik liep langs de deuren en klopten er op maar er kwam uit

geen ene deur een reactie. Even bleef ik staan en luisterden maar het bleef akelig

stil en na paar seconden besloot ik toch maar naar buiten te gaan.

Ook de buitendeur ging niet van zelf na een flinke schouder duw ging hij uiteindelijk open.

Buiten volgde een nog grotere verbazing, het was net zo stil als binnen, er stond geen

auto fiets of ander voertuig in de straat en er was helemaal niemand.

Voor de deur was een stoepje, ik stapte er af en draaide me om zodat ik een blik

kon werpen op het pand waar ik net uit was gestapt. Op de muur boven de deur was

nog te zien dat daar hotel op had gestaan, waarschijnlijk met 2 of 3 sterren maar die

waren er zoals ik het hotel in schatte al een poosje af. Ik draaide me om en ging op

het stoepje zitten. Ik zette mijn ellebogen op mijn knieën en liet langzaam mijn hoofd

in mijn handen zakken. Wat nu? Waar naar toe?

Haastig en nerveus liep ik nog een eindje van het gebouw vandaan. 

Keek vervolgens of ik een horloge om had maar dat bleek niet het geval te zijn 

dus wist ik ook niet hoe laat het was en wat voor een datum het was.

Ook kon ik geen naambordje van de straat ontdekken. 

Ik dacht nog even terug aan die knal die ik gehoord meende te hebben en 

waarvan ik blijkbaar wakker was geworden.                                           

Na even stil te hebben gestaan en de gedachten hun gang te hebben laten gaan, 

besloot ik de lege straat verder in te lopen en alles goed in mij op te nemen.

Maar er viel weinig op te nemen want waar ik ook keek alles leek leeg en verlaten, 

geen teken van leven te bekennen in de wijde omtrek.

Opeens  voelde ik iets aan mijn been en keek naar beneden, maar op het zelfde 

moment begint een vies uitziende hond te grommen en te blaffen.

Mijn hart gaat als een bezetene te keer van  de schrik en ik wankel op mijn 

benen om vervolgens de hond een donker steegje in te zien rennen.

De stilte neemt weer de plaats in van het geblaf en gegrom en ik vervolg mijn 

weg verder in het spookachtige stadje.

Dan zie ik in de verte een silhouet van een straatnaam bordje.    

Ik versnel mijn pas en loop enigszins gehaast naar het bordje toe en lees 

zachtjes wat er staat: “Geheugen Weg”. Nu begin ik te twijfelen of ik wel 

werkelijk wakker ben en wrijf me nogmaals goed in de ogen, maar ik ben 

wel wakker en het staat er ook werkelijk.                                                             

Het begint nu toch allemaal wel een beetje vreemd te worden vind ik en 

waarom kan ik me niks meer herinneren?  en weet ik niet eens wie ik ben? 

Het bordje “geheugen Weg” staat voor me en wijst met een pijl naar de 

kant waar ik net vandaan kom. Ik kijk of ik verder kan lopen maar zie dan 

dat dit het einde van de straat is en er verderop helemaal niks meer te zien is 

dan een donker gat. Nu blijven mij 2 mogelijkheden over of ik ga verder het 

donkere onbekende in of ik loop weer terug het verlaten stadje in, uiteindelijk 

kies ik voor het laatste. Op mijn hoede voor de hond die ik zojuist weg heb 

zien rennen begeef ik me door de straat en zie een gebouw iets verder op dan 

het hotel waar ik uitgekomen ben. Ik besluit om dat gebouw maar eens van 

dichterbij te gaan bekijken en zie dat er ook in het verleden een bordje op 

gezeten heeft waar de letters bakker op stonden.                                                              

Ook dit pand ziet er oud en vervallen uit en het valt me op dat de deur openstaat, 

toch loop ik niet zomaar naar binnen maar roep bij de deur “is daar iemand ?” 

Maar ook hier geen reactie enkel een gedempt geluid ergens achterin het pand.

Ik trek mijn stoute schoenen aan en loop het gebouw in en zie gelijk een vervallen 

toonbank met wat broodrekken staan.

Het gedempte geluid komt achter een deur vandaan die ik voorzichtig opendoe 

en kijk ineens in een zeer fel licht en zie nog net iemand door de achterdeur wegvluchten. 

Als ik de hal in kijk die zich dus achter de deur bevond zie ik een paar felle lampen 

en 2 roodgloeiende ovens en ik ruik de geur van vers gebakken brood. 

Die broden zie ik ook liggen op een container wat me wel gelijk opvalt, 

is de vorm van de broden, die zijn namelijk in de vorm van een gezicht gebakken.     

Diverse verschillende broden met allemaal het zelfde gezicht. 

Nogmaals roep ik luid “hallo, is daar iemand” maar wederom geen teken van leven, 

alleen de klepperende achterdeur waardoor ik zojuist een schim zag wegvluchten. 

Ik pak een brood van de container en terwijl ik een hap neem loop ik richting achterdeur. 

De deur kleppert hevig en er ontstaat een hevige tocht in de hal die naarmate ik dichter 

bij de deur kom ook heftiger begint te worden.  

IK ben niet echt bang uit gevallen maar om nu gelijk achter de schim aan te gaan. nee.

De wind waaide steeds harder door de deur waardoor hij half open blijft staan.

Ik ging met mijn rug tegen de muur aan staan zo dat ik door de half open deur

naar buiten kon kijken. Een geruime tijd bleef ik tegen de muur staan, terug

denkend aan wat er de afgelopen minuten was gebeurd.

Het was op het loeien van de wint, en het knisperen van de oven na, stil.

Ik keek terug de winkel door waar ik binnen was gekomen en zag allerlei

rommel voorbij de winkel ruit waaien. Zou het gewoon een op komende

wind zijn waardoor de achter deur zo klapperde.

Het wordt allemaal steeds onduidelijker.

Ik besluit uiteindelijk toch maar door de achterdeur te gaan.

Langzaam loop ik richting de deur die nog steeds half open staat door de

wind. Ik kan er net tussen door zonder hem verder open te doen en kijk

voorzichtig naar buiten. Tussen 2 panden aan de overkant zie ik de zon

op komen. Ik kijk snel naar links en naar rechts en zie niemand.

Waar zou die bakker naar toe gegaan zijn .

Even denk ik terug te gaan, en de winkel beter te bekijken.

Het lijkt me beter om eerst de omgeving te bekijken en neem een hap

van het laatste stukje brood. Het is weldegelijk de wind die erg hevig is geworden.

Mijn gevoel zegt dat ik naar rechts moet, dus ga ik verder het dorp in.

Door de harde wint kan ik niet horen of er andere geluiden zijn van voertuigen,

muziek of stemmen. Na een paar meter blijf ik staan.

Als ik me goed concentreer kan ik in het raam aan het eind van de straat de

andere straat er tegen over zien. En het lijkt of daar auto’s staan.

Ik begon weer te lopen en werd aan getrokken door dat beeld in de ruit.

Plots stond die hond weer voor me. Hij kwam uit een klein steegje verder op.

Ineens ging hij vreselijk te keer waardoor ik stopte. Op het moment dat ik stopte,

blafte hij niet meer. Bij de minste beweging die ik maakte liet hij zijn tanden zien.

 Daar stond ik dan met een hond voor me die bij elke beweging van me begon

te grommen. Na een korte overpeinzing gooide ik mijn laatste stukje brood met

een ferme worp weg en wat ik hoopte gebeurde ook daad werkelijk , de hond

ging achter het stukje brood aan. Zo snel als ik kon liep ik naar de overkant toe

waar ik in een ruit auto’s meende te hebben gezien. Daar eenmaal aangekomen

bleek dat mijn ogen mij niet hadden bedrogen , er stonden inderdaad wat auto’s

geparkeerd. Niet zomaar wat auto’s maar oldtimers uit lang vervlogen tijden,

toch viel me op dat de wagens wel in zeer goede staat verkeerde en zo te zien

ook nog regelmatig gebruikt werden. Maar als er hier auto’s stonden die

gebruikt werden moesten er dus ook mensen aanwezig zijn in dit afgelegen

dorpje of stadje , maar waarom liep er dan niemand op straat en zag je hier

haast geen verlichting uit de huizen komen? Ja oké ik had een vermoedelijke

bakker uit de bakkerij weg zien vluchten dat maakte het juist alleen nog maar

mysterieuzer. Ik moest erachter zien te komen waar ik was en wat ik hier

deed en nog belangrijker hoe was ik hier terecht gekomen? Terwijl ik over

deze zaken aan het nadenken was rook ik opeens een branderige

onaangename geur, die naarmate ik verder liep heviger begon te worden ook

zag ik nu iets van rook achter een schuurtje vandaan komen. Eenmaal

aangekomen bij het schuurtje en nadat ik er omheen was gelopen zag ik

wat de onaangename geur verspreidde er stond een busje uit de tijd die ik

kende of als mijn tijd zou aanduiden , en dit busje was totaal uitgebrand en

was nog aan het na smeulen. Was dit dan misschien ook de knal die ik

gehoord meende te hebben een aantal uren geleden en die mij naar alle

waarschijnlijkheid ook uit mijn slaap had gehaald? . Ik besloot iets

dichterbij het busje te gaan kijken en zag dat de kenteken platen er nog

opzaten en liep er na toe om te kijken of ik kon zien uit welk land het

busje kwam. Met een tak veegde ik de as van de nummerplaten af en

ag tot mijn grote ontsteltenis dat het busje Nederlandse kenteken platen had.

Maar nog belangrijker voor mij was dat ik me realiseerde dat ik een gedeelte

van mijn geheugen terug begon te krijgen. Want hoe kon ik anders weten dat

die andere auto’s oldtimers waren en dit een busje uit de tijd zoals ik die kon?

 Maar was dit dan misschien mijn busje die hier uitgebrand was? Op die

vraag kon ik geen antwoord geven dat gedeelte bleef tot nu toe nog weg

uit mijn geheugen. Terwijl ik daar naar het busje stond te kijken en me af

aan het vragen was of dit mijn busje zou zijn geweest , voelde ik dat er iets

of iemand naar mij zat te kijken. Toch zag ik niemand en keek voor de

zekerheid nog een keer goed in de rondte om er zeker van te zijn.

Toen zag ik een glinstering in de schuur , heel eventjes maar, maar ook

net genoeg dat ik het wel gezien had en me afvroeg wat het was geweest.

Heel rustig liep ik richting de schuur om te voorkomen dat als er iemand

was deze zou schrikken en er ook vandoor zou gaan. Toen ik bijna bij

de plek was waar ik die glinstering had gezien bleef ik eventjes staan en

keek zorgvuldig naar de plek om te kijken of ik iets kon ontdekken.

Eventjes was er een voelbare spanning maar toen opeens bewoog het

hooi en deed ik een stap terug maar zag tegelijkertijd een jonge vrouw

staan en ik keek in 2 van de mooiste reebruine ogen die ik ooit had

gezien zover ik me dat kon herinneren tenminste. Ik schatte de jonge

vrouw begin 20 en de lange bruine haren hingen enigszins onverzorgd

over haar schouders.